A day in the life….

Vanmorgen ben ik niet opgestaan, ik ben opgevallen. Toen ik vanmorgen wakker werd, voelde ik ineens hoe de zwaartekracht vat op mij begon te krijgen en hoe ik uit mijn bed getild dreigde te worden.

Gelukkig had ik een snelle reflex om mij net op tijd aan mijn kleerkast vast te houden zodat ik niet met mijn waffel tegen de grond zou kwakken.
Wat ik toen nog niet wist, was dat daar een bowlingbal op lag
die door de schok aan het rollen gebracht werd en zo uiteindelijk op
mijn knar belandde, om tenslotte mijn gebitsafdruk in het
parket achter te laten.

Ik had besloten om even te blijven liggen, dan kon er eventjes niets
meer misgaan.
Ik had het nog maar net gedacht, of ik voelde al kriebels ter hoogte
van mijn onderbuik en die kriebels kwamen steeds verder naar onderen.
Ik sprong overeind om te kijken wat er aan mijn buik kriebelde, bonkte
met mijn hersenverpakking tegen de schouw en merkte een enorme colonne
bosmieren op.
OK, de gast die mij het parket verkocht had, had me wel gezegd dat ik
met zijn parket van echt cederhout een stukje natuur in huis zou halen,
maar zoveel natuur vond ik echt teveel van het goede.

Ik liep, nou ja, rolde naar beneden, want de traploper lag weer eens
los, om te eten.
Toen ik in de broodtrommel keek, zag ik dat ik geen brood meer
had.
Ik pakte mijn fiets en nadat ik mijn band geplakt had kon ik vertrekken
richting de bakker.
Ik had geluk, er stond maar 1 iemand voor me, ik zou dus zeker
niet lang hoeven te wachten.
Toen het mijn beurt was bleek het laatste brood net de deur te zijn
uitgewandeld.

Ik fietste dus door naar de volgende bakker alwaar ik ook het laatste
brood reeds in de deuropening was tegengekomen.

Weer naar huis en hongerlijden dus.
Onderweg naar huis kwam ik in het midden van het fietspad een
lantaarnpaal tegen.
Ik week nog uit naar links, maar de paal week ook uit en herleide met
een enorme knal mijn fiets tot een kunstwerk.

Lopend naar huis.

Onderweg ben ik nog in een hoop olifantenuitwerpselen (waar die vandaan
kwamen, Joost mag het weten) getrapt en ben ik met mijn voet in een
open rioolputje blijven steken.
Ze hebben er een drilboor of drie moeten bijhalen om het putje weer van
mijn voeten te boren.
Toen ik uiteindelijk toch thuis was en mijn kunstwerk aan de
muur had gehangen, begon ik met de voorbereidingen voor het middagmaal.

Ik schilde de aardappelen, de wortels en mijn vingers.
Toen de aarpels gaar waren, deed ik er melk bij en zat ik nog geen
minuut later weer in de puree, lekkere wortelpuree.

Na de maaltijd, ik heb maar 3 keer op mijn tong gebeten vandaag, heb ik
afgewassen.
En ik heb bij de hele afwas niks gebroken, dat is me nog nooit
overkomen, zou het geluk eindelijk eens aan mijn kant staan?

Ik had echter niet veel tijd om daar over na te denken.

Ik rook brandlucht en ik ging kijken wat er scheelde.
Het was de salontafel die, voor de haard, in vuur en vlam stond.
Nadat ik mijn blusapparaat erbij had gehaald en geconstateerd had dat
het leeg was, ben ik op zoek gegaan naar iets anders om te blussen.
Toen ik echter met de tuinslang binnen kwam gewandeld was het vuur
verdwenen.
Ik heb nog gezocht onder de tafel en onder de stoel, maar het was
nergens meer te vinden.

Ik nestelde mij dus in mijn zetel om mij op te maken voor een lekker
middagdutje.
Ik was reeds langzaam aan het indommelen toen ik opeens een meter de
hoogte werd ingezwierd van schrik.

Een enorme knal, gevolgd door gerinkel had mij weer tot de wakkeren
doen behoren.
Het geluid kwam uit de keuken en ik ging een kijkje nemen.
Het was mijn servieskast die van de muur naar beneden was gekomen en
toen ik de vloer van de keuken bekeek, bedacht ik dat ik nu wel veel
geluk zou hebben, indien het spreekwoord klopte natuurlijk.

Verblijd door het goede nieuws dat ik zonet had vernomen, besloot ik
eens een uitstapje te wagen.
Ik wandelde door het bos toen ik het struikgewas hoorde ritselen.
Ik wierp een blik op de struiken en beende vlug door, je weet maar
nooit.

Toen hoorde ik opeens “au!” roepen.

Uit het struikgewas kwam de boswachter te voorschijn.
Hij had mijn blik op zijn hoofd gekregen en ik kreeg een boete voor
illegaal storten.

Op de terugweg naar huis moest ik nog even stoppen voor een zebrapad.
Die was zomaar uit het niets ineens de weg opgekropen.
Ik toeterde nog en met gierende banden kwam ik uiteindelijk tot
stilstand.
Door de schok brak mijn gordel werd ik direct met mijn neus op de
feiten gedrukt.
Ik zag sterretjes en het zebrapad had als de weerlicht het hazenpad
gekozen.

Ik heb de sterretjes laten herstellen bij CarrgGlass en ben
toen naar huis gereden.
De dag was lang en vermoeiend geweest en ik verlangde naar mijn bed.

Ik bereikte mijn bed zonder ongelukken maar toen ik erop ging liggen,
bleek hoe groot de honger van de mieren geweest was vandaag.
Ze hadden de ganse vloer ondermijnd en het duurde dan ook niet lang
voordat ik beneden met bed en al op sofa belandde.

Ik heb toen maar besloten om daar verder de nacht door te brengen.

Als die 25 muggen nu ook nog eens zouden willen gaan vissen, dan zou ik helemaal tevreden zijn, maar ja, je moet ook niet te veel willen hè?

Zo kan het ook…

(Dank aan Kees die mij dit epistel opstuurde)

Zugabe:

Over Radiohooligan

This is me and that's all. I like it.
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s